Mysterieuze ontmoetingen

Er is iets, ook al zoek je diep en lang, waar je nooit helemaal achter komt. Niet het licht, maar het woord is het licht der mensen staat er in de bijbel.

Het was in Budapest dat ik hem aansprak in het Engels en vroeg of ik een foto van hem mocht maken. Zonder hapering sprak hij in dezelfde taal terug. Sjouwend met zijn plastic tassen waarin duidelijk al zijn bezittingen uitpuilden had ik hem in een andere taal had horen mompelen. Een taal waarvan ik de klanken wel kon onderscheiden, maar de strekking niet begreep.

Gaat het om een basishouding van welwillendheid het gelaat van de ander te zien zoals Levinas bepleit? Een basishouding die ergens verborgen in onze ziel huist en alle ogenschijnlijke verschillen overschrijdt?

De foto werd gemaakt en ik vroeg hem of hij wat geld wilde. Geld? Zei hij en het leek alsof hij vergeten was wat dat ook alweer was. Hij keek naar de munten die ik in zijn hand legde. Zijn gezicht klaarde op: hé dat was grappig, geld ja ja leuk. Hij bedankte. Het was geen onderdanigheid van een bedelaar. Meer van iemand die je ergens echt een plezier mee deed en je hoffelijk dankte. ‘Maar die foto’s moet je mij opsturen’ sprak hij vastberaden in duidelijk Engels. Even was ik verbaasd. Opsturen? Maar deze man had zo overduidelijk geen vast adres.

‘Ik schrijf mijn naam voor je op’ zei hij en pakte een stukje karton uit de dicht bij zijnde vuilnisbak. Ik gaf hem mijn pen en hij schreef. Zijn naam Gibran kwam goed over, de rest was betekenisloos zei onze gastvrouw die ik het toonde. ‘Maar ik vind hem wel, zend die foto’s maar aan mij, het zal hem vreugde geven’ zei ze. Het stukje karton was achteraf voor mij bijna het belangrijkste wat ik mee terugbracht van deze reis.